Begin vóór het rijden
Bekijk de auto bij daglicht en vraag of de motor koud kan blijven. Controleer banden, vloeistoffen, carrosserienaden en sporen van lekkage voordat de auto wordt gestart.
Start en dashboard
Alle gebruikelijke controlelampjes horen bij contact aan zichtbaar te worden en na starten volgens de handleiding uit te gaan. Let op rook, onregelmatig lopen, bijgeluiden en moeilijk starten.
Rijd gevarieerd
Test stadsverkeer, drempels, bochten en een hogere snelheid waar toegestaan. De auto hoort rechtuit te rijden, voorspelbaar te remmen en zonder ongebruikelijke trillingen of geluiden te schakelen.
Controle na afloop
Kijk opnieuw onder de motorkap en onder de auto. Noteer bevindingen en beslis niet onder tijdsdruk. Een proefrit vervangt geen technische aankoopkeuring.
Controleer voertuig, documenten en afspraken zelf. Laat technische of juridische twijfel beoordelen door een passende onafhankelijke deskundige.